Mijn voet voelt een beetje koud, maar toch zweterig op de laminaat vloer van de sportzaal. Ik kijk in de spiegel maar raak dan direct uit balans. Daarom probeer ik me te concentreren op een opvallend stukje donker laminaat net voor me. Mijn rechterbeen is zo goed als horizontaal wanneer mijn linkerknie opnieuw begint te knikken. Het is mijn eerste les Body Balance sinds ik terug ben uit Australië en mijn lichaam verzuurt al bij het eerste nummer.

Terwijl de hele groep door de knieën zakt en met de armen boven het hoofd en weer naar beneden scheppende bewegingen maakt, schep ik fanatiek de andere kant uit. Ik vind er wel regelmaat in, in dat de andere kant uit scheppen. Na een tijdje pak ik het ritme van de rest van de groep op en dan is het nummer afgelopen. Ik denk terug aan de tijd dat ik een artikel moest schrijven over Thai Chi. Daarbij legde de lerares uit dat je net moest doen of je met een vissersnet in het water schepte. Laat ik nu net een hekel hebben aan vissen. Gelukkig is het tijd voor het volgende nummer.

We zitten op de grond in kleermakerszit. Althans, ik zit in kleermakerszit. Sommige vrouwen hebben hun benen door en over elkaar heen geknoopt alsof ze van elastiek zijn. ‘’Kies de houding die voor jou comfortabel is’’ laat de instructrice weten. Nu zit ik sowieso niet comfortabel op een matje, maar ik houd het dus bij een simpele kleermakerszit. Dan buigen we langzaam naar voren. ‘’Plaats je onderarmen op de vloer en probeer langzaam iets verder naar voren te rollen.’’ Ik probeer mijn onderarmen op de vloer te plaatsen maar raak nog maar net met mijn vingers het laminaat. Ik kijk op en zie alle armen netjes op de vloer liggen. Opnieuw probeer ik mezelf iets verder te buigen, maar ik voel een pijnscheut door mijn rug. Stiekem krabbel ik alweer iets omhoog in de hoop dat niemand het ziet.

Na vijftig minuten met de neus op de feiten te zijn gedrukt is het tijd voor de cooling down. Iedereen gaat met de rug op het matje liggen en er klinkt klassieke muziek uit de speakers. Mijn armen laat ik wijd op de grond zakken en ik probeer een fijne houding te zoeken. Maar hoe veel ik ook draai, ik lig niet lekker. ‘’Doe je ogen dicht en luister naar de muziek. Wanneer je gedachten afdwalen, concentreer je dan iedere keer weer op je ademhaling en de muziek’’, vertelt de instructrice fluisterend. ‘Gedachten afdwalen?’ denk ik bij mezelf. Ik kan nog niet eens een fijne houding vinden, laat staan dat ik ergens anders aan kan denken dan aan mijn pijnlijke, verzuurde lichaam.

Na tien minuutjes met de ogen dicht begin ik toch langzaam af te dwalen. Niet perse naar ontspanning, maar meer naar alles wat ik vandaag nog zou willen doen. Artikelen die ik wil schrijven. De was die nog gedaan moet worden. Mensen die ik terug wil mailen. Ik zou terug kunnen gaan naar de muziek en de ademhaling, maar ik realiseer me dat juist alle dingen die ik nog graag wil doen, me als muziek in de oren klinken. Ik heb zin om aan de slag te gaan en kan mezelf er niet goed toe zetten om net te doen alsof ik lig te pitten.

Normaal gesproken heb ik in januari altijd het goede voornemen om fanatieker te gaan sporten. Goede voornemens voor mezelf. Maar dit jaar heb ik juist zin om dingen te doen voor een ander en dan indirect uiteraard ook voor mezelf. Omdat ik het leuk vind. Ik hoef niet zo nodig meer af te vallen of keiharde spieren te kweken. Ik sport omdat ik weet dat het goed voor me is, goed voor mijn rugklachten. Of nou ja, tegen mijn rugklachten dan. Ik sport omdat ik er energie van krijg en nog meer zin krijg om daarna weer met alle dingen aan de slag te gaan die eigenlijk vierentwintig uur per dag door mijn hoofd zweven. Ook tijdens de Body Balance. Zweverig he.

Ik weet dat heel veel mensen sporten om de beste versie van zichzelf te worden en dat vind ik een super mooie insteek. Maar ik denk dat ik sport om erachter te komen dat ik al de beste versie van mezelf ben. Knetter stijf, on-ontspannen en hartstikke chaotisch, maar wel precies op het pad waar ik met mezelf naartoe wil voor 2016.

Ik hoor de stem van de instructrice zeggen dat we onszelf langzaam wakker mogen wiegen. Ik kruip snel rechtop en pak mijn spullen. Met een vaartje rijd ik naar huis, want de beste versie van mezelf heeft nog een hoop te doen!

Liefs Jantien